De vroegere veerdiensten naar Schiermonnikoog
2000 vChr - 0
Voor zover we nu weten wonen er al sinds 2000 voor Christus mensen in het stroomgebied van het riviertje de Lauwers. Van deze bewoners zijn in de omgeving van Dokkum diverse sporen gevonden. Dijken bestonden toen nog niet, de zee had vrij spel. Rond 600 voor Christus vestigden nieuwe bewoners zich in het Lauwersgebied. Hun nederzettingen ontstonden op de hoogste kweldergronden, verhogingen die waren ontstaan door opslibbing. Doordat de zeespiegel langzaam steeg was men hier ook niet langer veilig en moesten de gronden worden opgehoogd. Zo ontstonden de terp- of wierdedorpen.
^ Top
0 - 1100
In het jaar 12 voor Christus kwamen de eerste Romeinen in het Lauwersmeergebied. Zij brachten allerlei nieuwe producten mee en er ontstond een levendige handel, vooral in barnsteen, tussen de Romeinen en de bewoners van het Lauwersmeergebied.
Na de tijd van de Romeinen is het een tijd stil rond de bewoners van het Lauwersmeergebied. Ze verschijnen weer op het toneel van de geschiedenis vanaf grofweg 700 na Christus. De Franken introduceerden het christendom en stuurden evangelie-predikers op pad. Zo kwam Bonifatius met groot gevolg naar de Lauwers om het evangelie te verkondigen. Van zijn opvolger Willibrord weten we dat hij grote aantallen Friezen heeft bekeerd.
Uit Frankrijk kwam Karel de Grote naar Noord Nederland met de bedoeling de grenzen van zijn rijk vast te stellen. Het riviertje de Lauwers vormde een deel van deze grens.
Dezelfde Lauwers werd later door de Vikingen gebruikt als natuurlijke waterweg. Via de Lauwers konden zij in Groningen komen, dat in 836 door de Vikingen geplunderd en platgebrand werd.
De bewoners in het Lauwersgebied hadden nog een andere vijand; de zee. Bij stormachtig weer sloeg de zee hele stukken veengrond weg. Hierdoor veranderde het uitmondings-gebied van de Lauwers uiteindelijk in een zee. De bewoners van het gebied gingen zich tegen deze zee beschermen door hun terpen met elkaar te verbinden door dijken.
^ Top
1100 - 1500
In de 11e en 12e eeuw namen de dijken de rol van de terpen over. Het ontstaan van de Lauwerszee had naast nadelen ook voordelen. Door de goede bereikbaarheid over het water konden plaatsen als Winsum, Groningen, Kollum en Dokkum uitgroeien tot bloeiende handelsplaatsen. Groningen en Dokkum sloten zich zelfs aan bij het Hanze-verbond en werden Hanze-steden.
Het christendom dat eind elfde eeuw echt doordrong is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van het land. De monniken stichtten kerkjes en kloosters, bouwen dijken en ontginnen landerijen. Twee kloosterorden, die van de Premonstratensers en de Cisterciënsers, hebben in het Noorden zeer veel bijgedragen tot de aanleg van de dijken. In het Lauwerszeegebied was het speciaal de orde van de Cisterciënsers, die vanwege hun grijze pij vaak "grijze monnikken" of "schiere monniken" genoemd werden, die voor de aanleg van de dijken zorgden.
Rond de Lauwerszee woonden in de 13e en 14e eeuw veel "likedelers" of "victualiebroeders"; namen die allebei iets van "zeeschuimer" of gewoon "piraat" betekenden. Deze rovers kaapten veel schepen die van en naar de Hanzesteden Dokkum en Groningen voeren. De grote Hanzesteden Hamburg en Bremen besloten om aan deze piraterij een einde te maken. Dokkum werd ingenomen en de burcht bij het huidige Ezumazijl werd verwoest. De omwonenden van de Lauwerszee moesten in 1422 plechtig beloven dat zij de "victualiebroeders" niet langer zouden steunen. De piraterij verdween hiermee uiteindelijk en het Lauwerszeegebied werd weer veilig voor de Hanzeschepen.
^ Top
1500 - 1700
Vanaf grofweg 1500 werd de bevolking van het Lauwerszeegebied geteisterd door een groot aantal plagen en rampen. Allerlei benden en plunderende soldatentroepen brachten een bezoek aan het gebied, met de nodige gevolgen. Zo kwamen onder andere de bende van de bisschop van Bremen, de bende van de Bisschop van Münster, de Spaans gezinde soldaten en de Watergeuzen langs. Enkele lokale bekenden uit deze tijd waren Jan Abels uit Dokkum (specialiteit: zeeroof), Scheltema uit Kollum (specialiteiten: brandstichten en plunderen) en de Groninger geus Barthout Entens van Menteda (specialiteiten: plunderen, brandstichten en moorden).
Tussen 1500 en 1700 liet de zee zich meerdere malen van zijn gevaarlijkste kant zien. Het Lauwerszeegebied overstroomde achtereenvolgens in 1509, 1542, 1650 en 1665. De overstroming van 1570 was waarschijnlijk wel de ergste. Deze Allerheiligenvloed wordt gezien als de meest rampzalige overstroming in de Nederlandse geschiedenis.
Alsof dit alles nog niet genoeg is werd het land rond de Lauwerszee in de 17e eeuw achtereenvolgens geteisterd door een muizenplaag en een rupsenplaag. De paalworm tenslotte sloeg toe in 1731, waardoor de dijken, die met houten palen versterkt waren, veel schade opliepen.
Vanaf 1700 tot 1900 lijkt de rampspoed voor het gebied rond de Lauwerszee nog niet te zijn opgehouden. Plunderingen kwamen in deze periode niet meer voor, maar de zee sloeg wel weer hard toe. De kerstvloed van 1717 bleek voor Noord-Nederland rampzalig. Veel sluizen waren na de vloed compleet weggeslagen, net als hele stukken dijk. Na nog een overstroming in 1726 werden de dijken verstevigd en opgehoogd, maar door geldgebrek en slechte organisatie gebeurde dit niet overal evengoed. Men ging steeds meer gebieden langs de kust inpolderen, ook in het gebied van de Lauwerszee, die daardoor steeds kleiner werd.
^ Top
De visserij na 1700
De omgeving van de Lauwerszee stond in de 18e eeuw bekend om zijn gedroogde schol en zijn oesters. De schol werd door Schiermonnikogers en Zoutkampers op speciaal daarvoor ingerichte droogplaatsen in de zon en de wind gedroogd en daarna verkocht. De Lauwerszee was uitstekend geschikt voor de oestervisserij, het zogenaamde "korren". Deze succesvolle activiteiten gaven de lokale economie een enorme stimulans. De scheepswerven in Dokkum, Zoutkamp, Ezumazijl en Houwerzijl kregen volop werk. Rond de Lauwerszee vestigden zich touwslagers en zeilmakers, in Zoutkamp en op Schiermonnikoog vestigden zich veel zogenaamde "Kuipers", mensen die de kuipen maakten die nodig waren voor de oestervangst.
Het oorlogsgeweld tijdens de Franse overheersing drong ook tot de Lauwerszee door en zorgde voor een grote terugslag in de visserij en dus ook in de lokale economie. Voor het eerst in anderhalve eeuw werd er weer gevochten in het gebied. Onder invloed van de Franse overheersing ontwikkelde de smokkelhandel zich enorm in het Lauwerszeegebied, ondanks de Franse douaneposten in Zoutkamp en Paesens.
In het Lauwerszeegebied werden steeds meer dijken aangelegd, maar zo nu en dan nam de zee weer wat land terug na een flinke overstroming.
Deze strijd, tussen de zee en de mens, zou in het Lauwerszeegebied blijven duren tot de afsluiting in 1969.
^ Top

